Het wetsvoorstel om het omgangsrecht tussen grootouders en hun kleinkinderen in de wet vast te leggen heeft het niet gehaald. Toch staan grootouders niet met lege handen. Zij hebben de mogelijkheid om de rechtbank te verzoeken om een omgangsregeling vast te stellen.

Nauwe band tussen grootouders en kleinkinderen
Grootouders die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hun kleinkind staan hebben de mogelijkheid om de rechtbank te verzoeken een omgangsregeling vast te stellen. De allereerste vraag is dus feitelijk van aard. Is er sprake van een “nauwe persoonlijke betrekking” en hoe kunnen grootouders deze nauwe persoonlijke betrekking bewijzen zodat de rechtbank toe kan komen aan de vraag welke omgangsregeling in het belang van het kleinkind is.

Voor het bewijzen van de nauwe persoonlijke betrekking (nauw band) tussen grootouders en kleinkind is het biologisch grootouderschap op zichzelf onvoldoende. Grootouders moeten dus meer stellen. Maar wat?

Recente uitspraak in het voordeel van grootouders
In een recente uitspraak heeft de rechtbank Den Haag (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:9618) gesteld “voor een nauwe persoonlijke betrekking tussen grootouders en kleinkinderen is niet méér nodig dan geregeld en wederzijds als plezierig ervaren contact, in de zin van bezoekjes, oppassen, logeerpartijtjes, gezamenlijk uitstapjes e.d.”

Dit is voor grootouders goed nieuws want de rechtbank Den Haag verlaat hiermee het oude en strenge criterium en maakt het voor grootouders vele malen makkelijker om de rechtbank te kunnen vragen om een omgangsregeling vast te stellen.

Wat moeten grootouders nu bewijzen?
Heel concreet moeten zij bewijzen dat het meer dan eens voorkwam dat:

  • de kleinkinderen bij opa en oma langs kwamen. Denk aan de vaste oppasdag of de wekelijkse bezoeken midden op de dag na school of eten bij opa en oma op woensdag
  • de kleinkinderen bij opa en oma hebben gelogeerd. Denk hierbij aan die momenten dat de kinderen samen met hun ouders of alleen een weekend bij oma en opa gingen logeren of tijdens de schoolvakanties een paar dagen bleven.
  • er leuke uitstapjes zijn gemaakt met de kleinkinderen. Denk hierbij aan de AH spaarkaart voor de Efteling en het Efteling bezoek maar ook de kleinere uitstapjes zoals de speeltuin in de wijk, op woensdag naar de markt, op zaterdag ochtend de voetbal- of hockey wedstrijden en andere uitstapjes die kenmerkend zijn voor een oma en opa die meer tijd hebben dan de (werkende) ouder.

Bent u als grootouder overladen met ansichtkaarten, lieve whatsappjes of sms-jes, foto’s, schoolrapporten, school tekeningen en knutselwerkjes of lieve briefjes van uw kleinkind, dan kunt u hiermee overtuigend bewijzen dat uw kleinkind heeft genoten van uw aanwezigheid als grootouder in zijn of haar leven. U heeft dan als grootouder een grote kans dat u de rechtbank kan verzoeken een omgangsregeling vast te stellen op die momenten dat door een echtscheiding van uw dochter of zoon of een familie conflict het contact tussen u en uw kleinkind is verbroken maar u wel een waardevolle rol in het leven van uw kleinkind wilt blijven vervullen.

Dat het een moeilijke stap is om dit voor te leggen aan de rechter, is alleszins te begrijpen omdat u als grootouder -al of niet zijdelings- betrokken bent bij de scheiding van uw eigen kind. U wilt er als ouder voor uw eigen kind zijn maar ook als grootouder van uw kleinkind en deze rollen vergen steeds iets anders van u.

Dus daar waar de wetgever grootouders niet heeft gehoord en het wetsvoorstel heeft afgewezen heeft de rechtbank grootouders een betere ingang gegeven om op te kunnen komen voor de speciale band tussen grootouder en kleinkind en staat u als grootouder niet met lege handen als u het waardevolle contact tussen u en uw kleinkind wilt herstellen.