In de uitspraak van 2 mei 2016 van de kantonrechter Alkmaar (http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:6131) is geoordeeld dat het geven van een ontslag op staande voet wegens te laat komen rechtsgeldig is.

Casus
De casus is als volgt. Werknemer is op 5 juni 2012 bij werkgever in dienst getreden in de functie van algemeen medewerker. Op 4 juni 2014, 21 november 2014, 15 juni 2015, 25 juni 2015, 20 juli 2015, 25 augustus 2015 en 16 oktober 2015 heeft werknemer officiƫle waarschuwingen gekregen voor het te laat komen, het niet houden aan verzuimvoorschriften bij ziekte dan wel het op het werk verschijnen onder invloed van alcohol. Werknemer is verder ook nog een paar maanden in 2015 gedetineerd geweest in verband met het rijden onder invloed. Nadat werknemer op 29 februari 2016 weer te laat was, is hij op staande voet ontslagen. Werknemer stelt dat geen sprake is van een dringende reden en vordert loondoorbetaling in kort geding.

Het oordeel
De kantonrechter oordeelt in kort geding dat werkgever het te laat komen van werknemer aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd. Werknemer had daarbij moeten begrijpen dat zijn eerdere gedragingen voor werkgever hebben bijgedragen tot het geven van het ontslag op staande voet. In de ontslagbrief wordt namelijk vermeld dat het te laat komen de spreekwoordelijke druppel is geweest. Werkgever voert daarnaast een duidelijk beleid over onder meer de werktijden en de wijze van ziekmelden (reglementen). Het ontslag op staande voet is, gelet op de handelingen van werknemer, het door de werkgever gevoerde beleid, de vele waarschuwingen en het relatief korte dienstverband rechtsgeldig gegeven en aannemelijk is dat dit in een eventuele bodemprocedure stand zal houden. Werknemer heeft verwijtbaar gehandeld door de officiƫle waarschuwingen niet serieus te nemen en zijn handelen niet aan te passen. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.

De analyse
Uit voorgaande uitspraak blijkt dat er naar het zwaarste middel, te weten een ontslag op staande voet op grond van artikel 7:667 BW (http://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2016-08-01#Boek7_Titeldeel10_Afdeling9_Artikel677), gegrepen mag worden door een werkgever indien de werknemer te laat komt op het werk. Betekent dit nu dat iedere werknemer die te laat komt op staande moet mag worden ontslagen? Het antwoord is nee. Immers, er moet in elk concreet geval worden gekeken naar alle omstandigheden. En al deze omstandigheden moeten dan een ontslag op staande voet rechtvaardigen. In de casus van de voorgaande uitspraak zijn de volgende omstandigheden in het voordeel van de werkgever geweest: beleid werkgever, vele waarschuwingen aan werknemer en kort dienstverband van werknemer.

Indien sprake is van een ontslag op staande voet vanwege gedragingen van de werknemer die verband houden met de re-integratie en/of de verzuimvoorschriften, dan moet de werkgever eerst de loonsancties van artikel 7:629 BW toepassen alvorens over te gaan tot een ontslag op staande voet, tenzij er andere gedragingen zijn naast de gedragingen die gesanctioneerd kunnen worden met een loonsanctie. Dan zou een combinatie van de verschillende gedragingen, zonder voorafgaande toepassing van een loonsanctie, een ontslag op staande voet kunnen rechtvaardigen.

Gezien de ernstige gevolgen van een ontslag op staande voet en de vele gerechtelijke procedures die daaruit voort kunnen vloeien, doet een werkgever er goed aan om vooraf juridisch advies in te winnen over de haalbaarheid van een ontslag op staande voet. Een werknemer zal bij een ontslag op staande voet direct in actie moeten komen, omdat het ontslag op staande voet binnen twee maanden moet worden aangevochten bij de kantonrechter. Na deze termijn is het ontslag op staande voet niet meer aan te vechten.